India

12/11/2016 – 02/12/2016

Vuil, druk, luid, geen persoonlijke ruimte, voedselinfecties, altijd te laat zijn en mannen die onophoudelijk blijven staren en soms handtastelijk zijn. Het klopte allemaal. Vele andere reizigers hadden ons goed ingelicht, maar hoe kan je je hier op voorbereiden? Zo ver uit onze comfortzone waren we nog niet vaak geweest. En dan heb je de vriendelijke mensen, de prachtige cultuur, massa’s interessante toeristische attracties en het overheerlijke eten. India werd een land met hoge ups en lage downs. Een ervaring om nooit meer te vergeten.

Onze 10 daagse trekking in het stille Himalaya gebergte in Nepal stond in schril contrast met de daaropvolgende Indische chaos. We namen afscheid van Nepal en 36 uur (!) en 2 bussen later arriveerden we in de heiligste van de zeven heilige Hindoesteden in India, Varanasi. We hadden het geluk hier net te zijn met het diwalifestival, een van de grootste hindoefestivals. Dit betekende wel dat we pas na drie uur zoeken een slaapplaats vonden, een luidruchtige slaapzaal voor 14 personen.

Niet enkel waren er te weinig hotels, er was ook te weinig geld… De eerste minister van India wil het zwart geld tegen gaan en nam daarom begin november de beslissing al de 500 en 1000 rupee briefjes ongeldig te maken. Dit is 78% van al het geld in omloop en de gevolgen waren desastreus. Urenlang stonden mensen in de wachtrij om oud geld om te wisselen of geld af te halen aan geldautomaten met als gevolg dat na een week zowel de banken als de automaten geen geld meer hadden. Het was frustrerend hoeveel uren we verspeelden aan het zoeken naar cash (met bankkaarten betalen is zelden mogelijk). Anderzijds zagen we de Indische drukte en chaos op zijn slechtst, wat op zich ook een interessante toeristische attractie was.

Hindoes van over heel de wereld komen naar Varanasi om te sterven aangezien dit de ziel zuivert en dus verlossing/nirvana brengt. Hun lichamen worden in ghats aan de oever van de heilige Gangesrivier gecremeerd en hun as (en lichaamsresten) wordt in de rivier gegooid. We zagen dit eerder al in de Moon tempel in Kathmandu, maar Varanasi is veel grootschaliger (honderden per dag), waardoor het zien van al die brandende lichamen een nog diepere indruk naliet. Tussen de menselijke resten en uitwerpselen (de afvoer komt hier in uit) komen er dagelijks 60’000 mensen baden in de Gangesrivier; opnieuw een stapje dichter bij de verlossing… Op de hoogdag van het lichtfestival huurden we met 30 andere toeristen een boot om zo weg van de drukte te kunnen genieten van de duizenden lichtjes op de trappen van de ghats. Soms zagen we een lijk voorbij drijven (sommige mensen worden niet verbrand maar met een steen in het water gegooid), maar al bij al was het een leuke avond waarbij we zelfs een groep Chinesen de Macarena leerden dansen.


Van de 23’000 tempels in Varanasi bezochten we de futuristisch uitziende zwarte Sri Bankhand Mahadeva Tempel, de mooie rode Durga Tempel (Monkey Temple) en de grappige met bewegende poppen Tulsi Manas Tempel. Maar in Varanasi bevindt zich ook een van de heiligste Hindoetempels, Kashi Vishwanath Tempel. Als niet hindoe mag je er eigenlijk niet binnen, maar met wat doorzettingsvermogen lukte het ons toch om de kilometerslange(!) wachtrijen te ontlopen en deze gouden mini-tempel te bezoeken. Het ging er echter allemaal zo hectisch en snel aan toe dat we op 1 minuut tijd terug buiten stonden, gezuiverd met heilig Gangeswater, magische spreuken, modder en bloemen. Hier waren we even niet goed van. Camera’s waren niet toegelaten, maar zo een unieke ervaring kan je toch niet beschrijven met foto’s.

Een 10 uur durende busrit bracht ons van Varanasi naar Agra, “the city where love stands tall”. We arriveerden om 5 uur ’s morgens, ideaal om bij zonsopgang de beroemde Taj Mahal te bezoeken. Mughal Emperor Shah Jahan bouwde dit kolossale witmarmeren mausoleum ter ere van een van zijn overleden vrouwen. Het is terecht benoemd tot een van de zeven wereldwonderen, maar het nabijgelegen uit rode zandsteen gebouwde Agra Fort is naar onze mening minstens even mooi.


Na het bekomen van een voedselinfectie en een discussie met de hoteleigenaar aangezien we 3 dagen geen stromend water hadden namen we de vrij comfortabele nachttrein naar Amritsar op 30 kilometer van de Pakistaanse grens. Pakistan en India zijn verre van beste vriendjes, zeker niet in de Kashmir regio, maar aan de Wagah grenspost is dat anders. Sinds 1959 vindt er elke avond een ceremonie plaats waarbij aan beide zijden van de grens soldaten in paradepas een show opvoeren die eindigt met het simultaan neerhalen van de vlaggen, een handdruk en het sluiten van de poorten. Elke dag komen er honderden mensen zowel aan de Pakistaanse als de Indische zijde luid ‘supporteren’ voor hun land. Bij ons ging alles er vrij vreugdevol aan toe, maar een aantal weken geleden werden er stenen gegooid en in 2014 vond er een zelfmoordaanslag plaats. Terug een bijzondere ervaring.

De meeste mensen komen echter niet naar Amritsar voor de grensceremonie, maar voor de prachtige door water omgeven Golden Temple (Sri Harmandir Sahib). Dit is de heiligste tempel voor het sikhisme, een monotheïstische religie waarbij de mannen een tulband en een dolk dragen. Om deze ervaring ten volle te kunnen beleven trokken we dan ook naar de lokale tulbandwinkel. Nu gingen alle starende blikken eens Reinout zijn richting uit.


Na tien dagen lieten we het drukke Noord-India achter ons en namen het vliegtuig naar het rustigere en minder vuile Zuid-India. Na een korte slapeloze nacht in de luchthaven bezochten we de hoofdstad van de provincie Goa. Panjim (Panani) werd in 1850 bezet door de Portugezen en is als gevolg nog steeds katholiek. De verzameling van tientallen mooi gerestaureerde kerken is terecht erkend door UNESCO. Zeker een bezoekje waard.

Velen komen naar Goa om te gaan feesten op de vele mooie stranden. Wij hadden echter dringend nood aan wat rust, dus namen we ’s avonds alweer de bus naar onze volgende bestemming; Kudle Beach in Gokarna, een rustig hippiestrandje ten zuiden van Goa. Vijf dagen relaxen met een overload aan goedkoop heerlijk eten. Perfect. Is dit wel India?

Het was moeilijk afscheid te nemen van dit paradijs, maar er stond ons nog één stad te bezoeken. Na opnieuw een nachtbus kwamen we aan in het door UNESCO erkende Hampi, de hoofdstad van het machtigste en grootste koninkrijk dat India ooit gekend heeft. In 1565 werd Hampi aangevallen door moslimsultans waardoor er van de honderden prachtige gebouwen enkel nog ruïnes overblijven. Niet enkel de ruïnes zijn de moeite, maar ook de bijzondere omgeving met duizenden boulders waarin je uren kan verdwalen. De laatste dag huurden we een brommer en bezochten het Daroji Bear Sanctuary, een natuurgebied (82,72 km²) waar je een goede kans hebt om lippenberen in het wild te spotten. Een uitkijktoren, verrekijker en twee uur geduld beloonde ons uiteindelijk met één lippenbeer. Wawwawwaw!

Het zuiden toonde ons de mooie natuur en relaxe stranden, en het noorden gaf ons die onvergetelijke Indische ervaring waar iedereen het over had. We hebben enkel een fractie gezien van dit enorme land, maar we vertrekken met een tevreden en voldaan gevoel. Klaar om India’s kleine buurland te bezoeken; Sri Lanka.

 

Een gedachte aan “India

  1. Lander

    “Anderzijds zagen we de Indische drukte en chaos op zijn slechtst, wat op zich ook een interessante toeristische attractie was.” 🙂
    Eerlijk gezegd zal ik jullie rapporten missen eens de trip voorbij is. Altijd een genoegen om te lezen.

    De loslopende varkens in Varanasi zijn wel verrassend. Zeker gezien dat kindje dat ervoor loopt op 1-2-3 door de volwassen dieren kan ondersteboven gelopen worden.
    De foto van de crematies is dan weer vrij surrealistisch.
    De ‘vriendjes maken in Amritsar’-foto is een instant classic 🙂
    Hampi ziet er zeer de moeite uit. Beetje een R’hollor achtige stad.

    Veel plezier in Sri Lanka & de groeten aan de tijgers! 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *