Selwyn District

07/02/2016 – 14/02/2016

Selwyn District: 210,3 km

In totaal:  481,5 km

Na onze uitstap naar Banks Peninsula maakten we een korte stop in Christchurch om ons voor te bereiden op de oversteek van de Nieuw Zeelandse alpen. We moesten voldoende eten en drinken inslaan om de komende week door te komen want op deze route zouden er geen supermarkten te vinden zijn. We verzonden een pakketje van 3,5 kg met oa reisboeken en kleren naar huis om plaats te maken voor extra voedsel. En onze fietsrekken moesten verstevigd worden aangezien deze de vorige tocht amper overleefd hadden.

We maakten dit weekend voor de eerste keer gebruik van het wereldwijd verspreid Warm Showers netwerk. Fietsers van over heel de wereld bieden gratis verblijf aan aan andere fietsreizigers. Het is een leuke manier om andere fietsers en reizigers te ontmoeten en verhalen uit te wisselen. De eerste nacht konden we bij iemand onze tent opstellen in de tuin en de tweede nacht kregen we een kamer. Een geweld initiatief waar we zeker nog gebruik van zullen maken.

Voorbereid en uitgerust vertrokken we richting Springfield. 70 kilometer rechtdoor op een drukke baan zonder fietspad met weides vol schapen als enigste afleiding. We hebben al boeiendere dagen gehad op onze reis…

De volgende dag verkenden we het kleine Springfield (populatie 219) met als bekendste monument een gigantische roze doughnut, welke eerst bedoeld was als reclame voor The Simpsons Movie, maar er nu nog steeds staat. Verder is er ook een herdenkingsmonument ter ere van Rewi Alley, een Nieuw Zeelander die heel veel betekend heeft voor het socialisme in China.

In dit dorpje waren we snel rond, dus besloten we diezelfde dag nog te fietsen naar Lake Lyndon. Slechts 22 kilometer verderop. Maar dat hadden we toch verkeerd ingeschat… Om naar dit meer te fietsen moet je een bergpas van 947 meter over, de Porters Pass. Het was in ieder geval boeiender dan de rit naar Springfield… Helemaal uitgeput kwamen we toe aan het meer. Hier ontmoetten we een Frans koppel dat met hun twee kinderen van 10 elk jaar fietsreizen maakt. Nu fietsten ze gedurende 6 maand Nieuw Zeeland rond. Ze hadden ook net de Porters Pass overwonnen, maar dat was er niet aan te zien. Terwijl de twee kinderen sprintwedstrijdjes hielden kropen wij zo snel mogelijk onze tent in. Wacht maar, onze conditie zal er ook wel op vooruit gaan!

Terwijl het Franse gezin de dag erop opnieuw verder fietsten, konden wij enkel maar denken aan een dagje rust. Maar wel een nuttig dagje rust! Uit enkele stukken stof die we eerder in Christchurch hadden gekocht maakten we een grote Belgische vlag.


Onze volgende slaapplaats was opnieuw een prachtig gelegen camping aan een meer, Lake Pearson. De weg er naartoe was mild heuvelachtig (oef!) en we maakten een stop in Castle Hill. In Castle Hill kunnen klimmers zich uitleven op de vele grote rotsblokken van kalksteen (Kura Tāwhiti). Wij beperkten ons tot wat geklauter, waarbij we al snel inzagen waarom Dalai Lama deze locatie beschrijft als spiritueel centrum van het universum. Niet enkel Dalai Lama zag het pracht van Castle Hill, ook de Disneyfilm ‘The Chronicles of Narnia’ bevat veel scènes uit deze regio.

Twee kilometer verderop ligt het Cave Stream Scenic Reserve, een 594 meterslange donkere grot waarin een rivier stroomt. Geen entreegeld of bewaking, dus betreden op eigen risico. Met onze pillampen rond ons hoofd begonnen we aan een één uur durende tocht in het ijskoude water dat tot boven ons middel kwam. En dan maar hopen dat de batterijen van onze lampen het niet begeven in zo een pikdonkere grot. Het was een leuk avontuur dat we meteen opnieuw zouden doen!


De volgende dag stond er opnieuw een bergpas op het programma, de Arthur’s Pass van 924 meter. In tegenstelling tot de vorige Porters Pass viel deze bergpas vrij goed mee (of zijn dat onze spieren die zich al ontwikkelen?).

’s Middags kwamen we toe in Arthur’s Pass Village. Eindelijk nog eens een taverne en winkeltje. Die hamburger met frieten was een welkome afwisseling voor de vele pasta en brood van de voorbije dagen. Er was ook een camping aanwezig met stromend water en een riviertje om ons op te frissen. Het leek wel de ideale plek om een dagje te rusten. Maar al snel hadden we door dat Arthur’s Pass Village eigenlijk het Lopburi van Nieuw Zeeland is. Deze keer geen apen, maar grote papegaaien, Kea’s, die kampeerders irriteren door eten te stelen en zo veel mogelijk dingen te vernielen. Ondanks onze vele pogingen om de Kea’s weg te jagen, moesten ook wij er aan geloven, twee gaten in onze tent.

Toch bleven we twee dagen in het dorpje om er mooie wandelingen te maken. Een korte één uur durende wandeling leidde naar de Devil Punchbowl Waterfall. Nog nooit hadden we zo een hoge waterval gezien! Reinout nam dan ook zonder twijfelen meteen een douche in dat ijskoude bergwater. Brrr.

Een andere bekende wandeling (of beter gezegd beklimming) in de buurt is de Avalanche Peak Track van 7 kilometer. Na drie uur stappen, en 1093 meter stijgen kan je met verkrampte benen genieten van het wondermooie uitzicht op de Avalanche Peak (1833 meter). Hierna volgt een steile lastige maar mooie afdaling van 3 uur.Voor velen is deze toch wel uitdagende wandeling de mooiste dagtrekking van Nieuw Zeeland.

Van al het fietsen en wandelen waren onze benen zo pijnlijk geworden dat we graag nog een dagje hadden gerust. Maar drie slapeloze nachten (f*ing Kea’s) waren wel genoeg geweest, dus vervolgden we onze fietsrit naar de top van de Arthur’s Pass, gevolgd door een lange, steile (16%) afdaling langs rivier en watervallen. Onze mooiste fietstocht tot nu toe en het begin van ons fietsavontuur aan de West Coast.


Korte schets van de Kea situatie in Arthur’s Pass Village

8u: opening winkel + restaurant → Kea’s staan paraat om eten van de borden te stelen
11u: een deel van de kea’s verplaatst zich naar de bergen om mee te kunnen genieten van het middagmaal van de wandelaars
17u: sluiting winkel + restaurant → Kea’s verplaatsen zich naar de camping om op zoek te gaan naar eten. Indien er geen eten aanwezig in je tent, dan beperkt hun vernielzucht zich tot kleine gaatjes in de tent. Indien er wel eten aanwezig is, scheuren ze delen uit je tent om zich zo te voorzien van een lekkere maaltijd
24u: Bedtijd voor de Kea’s. Let op: Bewaak je tent tussen 17u en 24u !
3u: Kea’s maken al krijsend hun nachtwandeling, opnieuw op zoek naar eten
4u: Kea’s gaan nogmaals slapen
5u30: Kea’s staan op om nogmaals de kampeerders lastig te vallen

2 gedachtes aan “Selwyn District

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *